Het beleid voor overige dieren

Dierentuinen
Onder een dierentuin wordt verstaan: een inrichting met een permanent karakter waar levende dieren van wilde diersoorten ten minste zeven dagen per jaar worden tentoongesteld aan het publiek. Onder wilde diersoorten vallen geen landbouwhuisdieren noch honden en katten. Dierentuinen moeten een vergunning hebben.

Hiervan zijn uitgezonderd: circussen, dierenwinkels, kinderboerderijen en inrichtingen met een beperkt aantal beschermde wilde dieren (aquaria, hertenkampen e.d.) Opvangcentra waar dieren ten hoogste 12 maanden verblijven zijn ook vrijgesteld.
Hoofdpunten van beleid zijn:

  • dieren moeten de ruimte hebben om hun soorteigen gedrag (graven, klimmen, zwemmen, nesten bouwen) en hun sociale leefwijze te kunnen uitoefenen (in groepen of juist solitair). De dieren moeten voldoende ruimte hebben om zichzelf uiterlijk te verzorgen, te kunnen groeien en zich te kunnen voortplanten.
  • de veiligheid van mens en dier moet gewaarborgd zijn; de dierentuin moet de nodige maatregelen nemen om ontsnapping van dieren te voorkomen.
  • er moet een inzichtelijke registratie zijn van dieren, voeding, fokken en diergeneeskundige verzorging en er moeten plannen zijn in geval van calamiteiten
  • een dierentuin moet zich met tenminste één van de volgende activiteiten bezig houden: onderzoek, uitwisseling van informatie, fokprogramma of herintroductie van soorten.
  • educatie en bewustmaking van bezoekers

Circusdieren
Voor circusdieren is nog geen aparte regelgeving. Op deze dieren zijn natuurlijk wel alle algemene regels van toepassing.

Grote grazers
Deze dieren (Schotse hooglanders en andere grote runderen) worden ingezet bij het beheer van natuurgebieden. Zij vallen voor sommige aspecten onder de GWWD en voor andere onder de Flora en Faunawet.

Proefdieren
Proefdieren worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek voor medicijnen en cosmetica. Vooral het gebruik voor cosmetica is controversieel, maar ook wordt steeds meer maatschappelijke druk uitgeoefend om meer gebruik te maken van alternatieven voor de medische proeven en nieuwe alternatieven te ontwikkelen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is verantwoordelijk voor het beleid voor proefdieren Wijzigingswet Wet op de dierproeven

Donordieren
Sinds enige jaren wordt er gediscussieerd over het fokken van dieren als orgaandonoren voor mensen. Dit is een discussie die gevoerd wordt tegen de achtergrond van de genetische modificatie en biotechnologie.

De Gezondheids- en welzijnswet voor Dieren is te raadplegen op Overheid.nl onder het thema wet- en regelgeving.

Bron: www.minlnv.nl